dit of deze paper

Dit of deze paper: wat is correct Nederlands?

Twijfel je of je dit paper of deze paper moet schrijven?

Het korte antwoord is: dit paper is correct.

Het woord “paper” is een onzijdig (het-woord) leenwoord uit het Engels, waardoor je het lidwoord “het” gebruikt en het aanwijzend voornaamwoord “dit” (enkelvoud) of “deze” (meervoud). Dus: dit paper, maar deze papers. In dit artikel leggen we precies uit waarom, en hoe je dit soort twijfelgevallen in het Nederlands herkent.

Waarom is “dit paper” correct?

In het Nederlands bepaalt het geslacht van een woord welk aanwijzend voornaamwoord je gebruikt. Er zijn twee categorieën:

  • De-woorden (mannelijk en vrouwelijk): gebruik “deze” in het enkelvoud
  • Het-woorden (onzijdig): gebruik “dit” in het enkelvoud

Het woord “paper” – in de betekenis van een wetenschappelijk artikel of document – is in het Nederlands een het-woord. Je zegt immers “het paper”, niet “de paper”. Omdat het een het-woord is, hoort daar in het enkelvoud het aanwijzend voornaamwoord “dit” bij, en niet “deze”.

Vergelijk het maar met vergelijkbare constructies:

  • dit rapport (het rapport)
  • dit document (het document)
  • dit artikel (het artikel)

Al deze woorden zijn het-woorden en vragen om “dit” in enkelvoud. “Paper” volgt dezelfde regel.

De regel: dit vs. deze

Enkelvoud

In het enkelvoud is de keuze tussen “dit” en “deze” afhankelijk van het lidwoord dat bij het zelfstandig naamwoord hoort:

  • De-woorden → deze: deze tafel, deze stoel, deze vraag
  • Het-woorden → dit: dit huis, dit kind, dit paper

Meervoud

In het meervoud gebruik je altijd “deze”, ongeacht of het een de-woord of het-woord was in het enkelvoud. Dus:

  • dit paper → deze papers
  • dit huis → deze huizen
  • deze tafel → deze tafels

Dit is een veelgemaakte fout: mensen denken dat “dit” ook in het meervoud kan voorkomen, maar dat is niet het geval. “Dit” is uitsluitend voor het enkelvoud van het-woorden.

Leenwoorden en het woordgeslacht

Een van de lastigste aspecten van het Nederlands is het woordgeslacht van leenwoorden – woorden die uit andere talen zijn overgenomen, zoals uit het Engels. “Paper” is zo’n leenwoord. Maar hoe weet je of een leenwoord een de-woord of een het-woord is?

Vuistregels voor leenwoorden

Er zijn een paar handige vuistregels:

  • Verkleinwoorden zijn altijd het-woorden: het papiertje, het documentje
  • Stoffen en materialen zijn vaak het-woorden: het plastic, het papier
  • Woorden op -ment, -sel, -isme zijn doorgaans het-woorden: het argument, het beheersel, het journalisme
  • Bij twijfel: raadpleeg het woordenboek (Van Dale of Woordenlijst.org)

Voor “paper” geeft het woordenboek aan: het paper. Daarmee is de discussie beslecht.

Veelvoorkomende vergelijkbare twijfelgevallen

Het is niet alleen bij “paper” dat mensen twijfelen. Er zijn meer woorden waarbij de combinatie met “dit” of “deze” verwarring zaait. Een vergelijkbaar geval is bijvoorbeeld de vraag dit of deze factuur: wat is grammaticaal correct? — ook daar draait alles om het woordgeslacht.

Hier zijn een paar andere veelgemaakte twijfelgevallen:

  • Dit of deze rapport? → dit rapport (het rapport)
  • Dit of deze verslag? → dit verslag (het verslag)
  • Dit of deze beleid? → dit beleid (het beleid)
  • Dit of deze probleem? → dit probleem (het probleem)
  • Dit of deze systeem? → dit systeem (het systeem)

Je ziet een patroon: veel abstracte begrippen en technische termen zijn het-woorden. Dat geldt ook in een professionele of academische context, waar je vaak “papers”, “rapporten” en “verslagen” tegenkomt.

Hoe onthoud je het?

Tip 1: Controleer het lidwoord

De eenvoudigste manier om te weten of je “dit” of “deze” moet gebruiken: zeg het woord eerst met een lidwoord. Zeg je “het paper” of “de paper”? Als je “het paper” zegt (wat correct is), dan weet je: het is een het-woord → gebruik “dit”.

Tip 2: Gebruik een ezelsbruggetje

Onthoud: dit = het, deze = de. Zet het als een formule in je hoofd:

  • het paper → dit paper
  • de computer → deze computer

Tip 3: Raadpleeg een betrouwbare bron

Bij twijfel over leenwoorden is het altijd slim om even de Woordenlijst van de Taalunie (het “Groene Boekje”) of Van Dale te raadplegen. Die geven bij elk woord aan of het een de-woord of het-woord is.

Tip 4: Schrijf het uit

Soms helpt het om de volledige zin uit te schrijven met het lidwoord erbij. “Ik heb het paper gelezen” klinkt goed → dus “Ik heb dit paper gelezen” is ook goed.

Gebruik in academische en professionele context

In de academische wereld is “paper” een veelgebruikt begrip. Denk aan een wetenschappelijk paper, een conference paper of een white paper. In al deze gevallen blijft de regel gelden: het zijn het-woorden, dus gebruik “dit” in het enkelvoud.

Voorbeelden van correct gebruik:

  • “Dit paper bespreekt de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie.”
  • “Heb jij dit paper al gelezen?”
  • “Deze papers zijn gepubliceerd in een internationaal tijdschrift.”
  • “Het onderzoeksteam heeft dit white paper opgesteld.”

Een veelgemaakte fout in professionele teksten is het schrijven van “deze paper” in enkelvoud. Hoewel iedereen begrijpt wat je bedoelt, is het grammaticaal incorrect en kan het een onprofessionele indruk wekken in formele of academische documenten.

Waarom maken mensen deze fout?

Er zijn een paar redenen waarom “deze paper” (foutief in enkelvoud) toch regelmatig opduikt:

  • Invloed van het Engels: In het Engels bestaat het onderscheid tussen de- en het-woorden niet. Engelstaligen die in het Nederlands schrijven, hebben moeite met dit onderscheid.
  • Analogie met andere woorden: Woorden als “de studie” of “de publicatie” zijn de-woorden, en mensen associëren “paper” daarmee als vergelijkbaar concept.
  • Het klinkt goed: Voor veel mensen klinkt “deze paper” prima, simpelweg omdat ze het vaker horen of lezen in teksten waar de fout al gemaakt is.
  • Regionaal taalgebruik: In sommige regio’s of binnen bepaalde communities (zoals studenten of wetenschappers die veel Engels lezen) raakt “deze paper” ingeburgerd als informeel gebruik.

Conclusie

De conclusie is duidelijk: “dit paper” is de grammaticaal correcte vorm in het enkelvoud. “Paper” is een het-woord, en bij het-woorden gebruik je in het enkelvoud altijd het aanwijzend voornaamwoord “dit”. Wil je spreken over meerdere papers, dan gebruik je “deze papers”.

De sleutelregel om te onthouden: dit hoort bij het, deze hoort bij de. Door eerst te controleren welk lidwoord bij een woord hoort, weet je altijd welk aanwijzend voornaamwoord je moet gebruiken. Deze vuistregel geldt niet alleen voor “paper”, maar voor alle zelfstandige naamwoorden in het Nederlands.

Twijfel je vaker over dit soort grammaticale kwesties in professionele of zakelijke teksten? Dan is het altijd de moeite waard om jezelf te verdiepen in de basisregels van het Nederlands. Kleine taalfouten kunnen namelijk een grote impact hebben op hoe professioneel je overkomt – of het nu gaat om een wetenschappelijk paper, een zakelijk rapport of een offerte aan een klant.

Wil je meer van dit soort artikelen lezen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Alle rechten voorbehouden | Het kan zijn dat we voor sommige links een commissie ontvangen. | Ook interessant Packet Exchange, Back of the Envelope Science, ES Networks
Scroll naar boven