a piece of paper sitting on top of a wooden floor

Dat of die factuur: wat is grammaticaal juist?

Je bent een factuur aan het opstellen of bespreken, en dan komt de twijfel: schrijf je nu dat factuur of die factuur? Het lijkt een kleine vraag, maar het goede antwoord maakt het verschil tussen correct en incorrect Nederlands. In dit artikel leggen we je precies uit hoe het zit, waarom het zo werkt en hoe je dit soort taalvragen in de toekomst zelf kunt beantwoorden.

Het korte antwoord: dat of die factuur?

Het juiste lidwoord bij factuur is die. Je schrijft dus:

  • Die factuur is al verstuurd.
  • Heb jij die factuur al ontvangen?
  • Ik snap die factuur niet helemaal.

Dat factuur is grammaticaal onjuist. De verwarring ontstaat omdat we in het Nederlands twee soorten lidwoorden kennen: de en het. En die keuze bepaalt ook welk aanwijzend voornaamwoord je gebruikt: die of dat.

De regel: de-woorden en het-woorden

In het Nederlands heeft elk zelfstandig naamwoord een lidwoord. Er zijn twee opties:

  • De-woorden: zelfstandige naamwoorden met het lidwoord de. Hierbij gebruik je het aanwijzend voornaamwoord die.
  • Het-woorden: zelfstandige naamwoorden met het lidwoord het. Hierbij gebruik je het aanwijzend voornaamwoord dat.

Factuur is een de-woord. Je zegt namelijk de factuur, niet het factuur. Daarom gebruik je ook het aanwijzend voornaamwoord die in plaats van dat.

Een handig ezelsbruggetje

Weet je niet zeker of een woord een de-woord of een het-woord is? Probeer dan het volgende trucje: zet het woord in het meervoud en kijk welk lidwoord je daarvoor gebruikt. Meervoudswoorden krijgen altijd het lidwoord de. Vervolgens bedenk je welk lidwoord het enkelvoud heeft.

Bij factuur geldt: het meervoud is facturen. En in het enkelvoud zeg je: de factuur. Dus: een de-woord, dus die factuur.

Ben je ook benieuwd hoe het meervoud van factuur precies wordt gevormd? Lees dan verder in dit artikel: Meervoud van factuur: facturen of iets anders?

Waarom maken mensen deze fout?

De fout dat factuur in plaats van die factuur is begrijpelijk. Er zijn een paar redenen waarom mensen hier struikelen:

1. Het onderscheid de/het is moeilijk

Het Nederlands heeft geen vaste regels die altijd werken voor het bepalen van het lidwoord. Voor sprekers die het Nederlands als tweede taal leren, maar ook voor veel moedertaalsprekers, is het onderscheid tussen de-woorden en het-woorden soms gewoon een kwestie van weten. Er bestaat geen simpele fonetische of grammaticale regel die in alle gevallen opgaat.

2. Invloed van dialect of andere talen

In sommige dialecten of regio’s worden lidwoorden anders gebruikt. Bovendien kan de invloed van andere talen, zoals het Engels (dat maar één lidwoord the heeft), zorgen voor verwarring.

3. Analogie met andere woorden

Sommige woorden die eindigen op -uur zijn het-woorden, zoals hetuur of hetuur. Die analogie kan mensen op het verkeerde been zetten bij factuur.

Hoe gebruik je “die factuur” correct in een zin?

Nu je weet dat het die factuur is, is het goed om te zien hoe je dit correct in zinnen verwerkt. Hier zijn een paar voorbeeldzinnen:

  • Die factuur van vorige maand is nog steeds niet betaald.
  • Kun je die factuur nog een keer doorsturen?
  • Die factuur klopt niet, er staat een verkeerd bedrag op.
  • Ik heb die factuur al gecontroleerd en goedgekeurd.
  • Die factuur moet voor het einde van de maand voldaan zijn.

Je ziet dat die factuur zowel als subject als als object in de zin kan fungeren. De regel blijft in alle gevallen hetzelfde.

Wat als je “dit” of “deze” wilt gebruiken?

Naast die en dat heb je ook de aanwijzende voornaamwoorden dit en deze. Het verschil zit hem in de afstand:

  • Die / dat: verwijst naar iets wat verder weg is (qua afstand of context).
  • Deze / dit: verwijst naar iets wat dichtbij is.

Bij de-woorden gebruik je deze voor nabijheid. Dus: deze factuur (dichtbij) en die factuur (verder weg). Bij het-woorden gebruik je dit voor nabijheid en dat voor afstand.

Wil je meer weten over het gebruik van dit of deze bij factuur? Dan is dit artikel precies wat je zoekt: Dit of deze factuur: wat is grammaticaal correct?

Samenvatting: de belangrijkste punten op een rij

Om het overzichtelijk te houden, zetten we de kernpunten nog even voor je op een rij:

  • Factuur is een de-woord: je zegt de factuur.
  • Bij de-woorden gebruik je het aanwijzend voornaamwoord die (voor afstand) of deze (voor nabijheid).
  • Het juiste gebruik is dus: die factuur of deze factuur.
  • Dat factuur en dit factuur zijn grammaticaal onjuist.
  • Een handig ezelsbruggetje: gebruik het meervoud om het lidwoord te bepalen. Meervoudswoorden krijgen altijd de. Facturen → de facturen → de factuur → die/deze factuur.

Conclusie

De vraag dat of die factuur heeft een duidelijk antwoord: het is altijd die factuur. Dit komt omdat factuur een de-woord is, en bij de-woorden hoort het aanwijzend voornaamwoord die (of deze als iets dichtbij is). Schrijf of zeg je dat factuur, dan maak je een grammaticale fout.

Twijfel je vaker over dit soort taalkundige kwesties? Dan is het de moeite waard om je bewust te worden van de de/het-regel. Eenmaal goed in de vingers, zul je merken dat je veel sneller en zekerder de juiste keuze maakt. En voor de gevallen dat je het echt niet weet: het trucje met het meervoud helpt je vrijwel altijd verder.

Wil je meer van dit soort artikelen lezen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Alle rechten voorbehouden | Het kan zijn dat we voor sommige links een commissie ontvangen. | Ook interessant Packet Exchange, Back of the Envelope Science, ES Networks
Scroll naar boven